Bijlage C Steekproefverantwoording

Het veldwerk van het onderzoek is uitgevoerd door het NIPO in Amsterdam.

Grootte en wijze van trekking van de steekproef

De steekproef is een zogeheten random walk steekproef. Er is eerst een aselecte steekproef van startadressen getrokken uit het PTT-afgiftepuntenbestand. Vanuit ieder startadres zijn volgens vastgestelde richtlijnen andere adressen afgeleid. Per startadres zijn in principe vier volledige gesprekken gevoerd.

Binnen ieder huishouden is at random een persoon van 16 jaar of ouder geselecteerd en wel zodanig, dat iedere persoon van 16 jaar of ouder binnen het huishouden een gelijke kans had om te worden ondervraagd. Indien de geselecteerde persoon op dat moment niet thuis was, is een afspraak gemaakt om de geselecteerde alsnog te ondervragen. In principe zijn er per adres maximaal 3 pogingen gedaan om contact te leggen.

Een volledige verantwoording van het veldwerk is als volgt:

Aantallen Procenten
Gesprek gevoerd 4.003 41
Weigering 5.252 54
Geselecteerde niet thuis 7 1
Anders 390 4
Totaal aantal contacten 9.652 100

Er zijn dus in totaal 4.003 bruikbare gesprekken gevoerd. De gerealiseerde steekproef bleek op een aantal aspecten af te wijken van de samenstelling van de populatie. Door middel van herweging zijn de verschillen voor district en leeftijd geëlimineerd. Als basis hiervoor hebben de Mini Census van GfK in Dongen en Statline van CBS gediend. Hier volgt de frequentieverdeling van de gewichten die aan de respondenten zijn toegekend om de steekproef te matchen met de bevolking.

Gewicht Aantal respondenten % respondenten Gemiddelde Standaard deviatie
0 - 0,5 482 12 0,464 0,000
0,5 - 1,0 1.631 41 0,775 0,116
1,0 - 1,5 1.311 33 1,158 0,142
1,5 - 2,0 492 12 1,630 0,121
2,0 - 2,5 87 2 2,242 0,091
totaal 4.003 100 1,000 0,400

Samenstelling van de steekproef

De samenstelling van de steekproef voor en na de herweging en de Nederlandse populatie (voor zover hierover informatie beschikbaar is) is in percentages weergegeven in de tabel.

Ongewogen Gewogen Populatie ('97)
Geslacht

Man

Vrouw



49,3

50,7



50,2

49,8



49,2

50,8

Leeftijd

16-24

25-34

35-44

45-54

55-64

65+

8,4

22,2

27,9

18,8

10,8

11,8



15,0

20,2

19,2

17,3

11,7

16,5



13,8

21,3

19,4

17,3

12,0

15,8

District

3 grote steden (agglomeraties)

rest west

noord

oost

zuid



16,9

37,8

8,6

14,3

22,4



15,6

28,8

10,5

20,5

24,6



15,5

28,9

10,4

20,7

24,5

Burgerlijke staat

Gehuwd of duurzaam samenwonend

Eenouder gezin met kinderen

Alleenstaand

Thuiswonend bij ouder



76,3

3,3

15,2

4,8



71,5

3,0

17,5

7,4



69,5

-

31,4

-

Arbeid

betaald, 32 uur of meer per week

betaald tussen 19 en 32 uur per week

betaald, minder dan 19 uur per week

fulltime huisvrouw\huisman

gepensioneerd\in de VUT

onderwijs\studeer

vrijwilligerswerk

werkloos\werkzoekend

invalide\arbeidsongeschikt



40,4

11,2

7,4

14,3

13,1

4,8

1,9

1,7

4,2



36,9

10,1

6,5

13,1

17,1

7,6

1,8

1,7

3,9



( 30 uur)

31,5

(<30 uur)10,2

11,3

14,5

6,0

-

4,0

2,6

Opleidingsniveau

Geen opleiding

Lagere school

Lager beroepsonderwijs

MAVO/ Mulo

Middelbaar beroepsonderwijs

HAVO/VWO/HBS/Gymnasium/MMS

Hoger beroepsonderwijs

Wetenschappelijk onderwijs (universiteit)



0,5

5,3

17,8

13,7

24,4

11,8

19,1

6,3



0,5

6,0

17,9

13,9

23,3

12,9

18,3

5,8



0,3

11,4

21,1

13,0

22,5

8,0

16,8

7,0

Huishoudensgrootte

1 persoon

2 personen

3 personen

4 personen

5 personen

6 of meer personen



13,8

35,3

17,0

23,4

8,1

2,4



15,6

38,7

16,5

20,2

6,6

2,4



13,2

30,3

17,5

25,2

10,3

3,6

Woningbeheer

Huurwoning

Koopwoning

Anders



36,7

62,8

0,4



39,3

60,1

0,6

Woningtype

Flat of etagewoning (beneden)

Flat of etagewoning (hogere verdieping)

Tussenwoning in een rij

Hoekwoning in een rij

Twee onder 1 kap

Vrijstaand

Ander



4,6

15,1

38,2

16,7

13,2

9,1

3,1



4,7

16,2

35,7

16,4

13,7

10,3

3,1

Bouwjaar woning

<1900

1901-1950

1951-1960

1961-1970

1971-1980

1981-1990

1991-1994

1995-1998

Weet niet



3,0

16,3

8,3

16,2

21,2

18,7

6,5

4,7

5,0



3,3

16,1

8,8

17,2

21,0

17,4

5,9

4,8

5,6

Aanvullende steekproef met betrekking tot laagfrequent geluid

Door een fout in de routing van de vragenlijst zijn de vragen over laagfrequent geluid (G15 en G16) slechts aan een gering aantal respondenten gesteld (zie 5.3). Deze fout is zo goed mogelijk hersteld door alle respondenten waarvan het telefoonnummer achterhaald kon worden opnieuw- ditmaal telefonisch - te benaderen en alsnog de ontbrekende vragen te stellen. Hier volgt een verantwoording van de (non)respons.

Aantallen Procenten

Gesprek geslaagd 2.033 78

Weigering 532 21

Geen gehoor 17 1

Antwoordapparaat 11 0

Totaal 2.593 100

Nauwkeurigheid van de uitkomsten.

Bij een steekproefonderzoek worden uitkomsten verkregen die slechts met inachtneming van een bepaalde waarschijnlijkheid mogen worden geïnterpreteerd. In de steekproef gevonden uitkomsten kunnen immers afwijken van die, welke zouden zijn verkregen als de hele populatie i.c. de gehele Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder in het onderzoek zou zijn betrokken.

Op grond van de waarschijnlijkheidsleer kunnen marges worden berekend waarbinnen de steekproefuitkomsten zeer waarschijnlijk zullen blijven. Deze marges zijn afhankelijk van de gevonden steekproefuitkomsten en van de steekproefgrootte. Uit het nomogram (los bijgevoegd) kunnen deze marges worden afgelezen.

Voorbeeld:

Een steekproefuitkomst van 20% heeft bij een steekproefgrootte van 4.000 een maximale afwijking van 1,5%. Dat wil zeggen dat de uitkomst van 20% moet worden geïnterpreteerd als 'met een kans van 9 op 10 liggend tussen 18,5 en 21,5%' (Bron: NSS Marktonderzoek BV.).

Bijlage D Sommering van hinder van bronnen naar brongroepen

Een aantal vragen is ten behoeve van nadere analyse van het materiaal bewerkt. In deze bijlage is de wijze waarop de vragen bewerkt zijn, weergegeven.

Als voorbeeld wordt de bewerking gegeven van de vragen 5 en 6 uit blok B. Vraag B5 heeft betrekking op geluiden van de brongroep wegverkeer die men in de woonsituatie al dan niet hoort en vraag B6 heeft betrekking op de mate waarin de geluidbronnen die men hoort als hinderlijk worden ervaren.

Voor een overzicht van alle geluidbronnen in de brongroep wegverkeer en in de overige brongroepen en klassen van verstorende factoren wordt verwezen naar bijlage 1.

Per brongroep of klasse van verstoringen is per ondervraagde persoon een somscore berekend en wel voor de volgende variabele.

Variabele: de mate waarin de brongroepen of de klassen van verstorende factoren als hinderlijk worden ervaren.

De berekening van de somscore gaat als volgt:

Vraag B5: categorie 'niet in het afgelopen jaar' 0 punten, overige categorieën door naar vraag B6.

Vraag B6: categorieën 6 t/m 10: 1 punt, categorieën 0 t/m 5: 0 punten.

Vervolgens wordt de somscore per brongroep of per klasse van verstorende factoren bepaald door de scores van de individuele verstorende factoren in de groep of klasse te sommeren.

De maximale waarde van deze variabele wordt bepaald door het aantal verstorende factoren dat tot die groep of klasse wordt gerekend. De minimale score is steeds 0. Vervolgens wordt de score bepaald als proportie van het maximum, zodat de somscores van de groepen en klassen onderling vergelijkbaar worden.

In totaal zijn bij dit onderzoek 68 verstorende factoren betrokken. Voor de verdere bewerking van het materiaal zijn deze bronnen samengevat in de volgen brongroepen cq. klassen van verstorende factoren:

* geluid wegverkeer vragen B5 en B6 8 bronnen

* geluid luchtvaart vragen C1 en C2 4 bronnen

* geluid railverkeer vragen C1 en C2 3 bronnen

* geluid scheepvaart vragen C1 en C2, F1 en F2 2 bronnen

* geluid industrie en andere bedrijvigheid vragen D1 en D2 10 bronnen

* geluid van de buren vragen E1 en E2 5 bronnen

* woongeluid uit omgeving vragen E1 en E2 7 bronnen

* geluid recreatie vragen F1 en F2 9 bronnen

* trillingen vragen G1 en G2 9 bronnen

* geur vragen H1 en H2 11 bronnen

Deze sommatietechniek is in het verleden (1977 en 1987) eveneens gehanteerd. Een mogelijk nadeel van deze techniek is dat er aan een brongroep of klasse een te hoge waarde wordt toegekend op grond van een 'toevallige' uitschieter bij een van de individuele verstorende factoren.

Een nadere beschouwing leert, dat dit alleen kan bij een klasse met onderling afhankelijke categorieën. Dit is het geval bij wegverkeer en in mindere mate bij luchtvaart. Hoe groter bijvoorbeeld de stadsweg, hoe meer personenauto's, maar ook hoe meer vrachtauto's en bromfietsen. In dit geval zou men kunnen kiezen voor een 'gemiddelde' van de waarnemingen van de aparte categorieën. Aan dit 'gemiddelde' kleeft echter het gevaar dat men één hinderlijke categorie die in een specifieke situatie van belang is (bijvoorbeeld een uitrit voor zandauto's, of de verzamelplaats van de brommer-rijders in de buurt) ten onrechte 'wegmiddelt'.

Bij andere klassen, zoals geur, heeft men te maken met onderling onafhankelijke categorieën (bijvoorbeeld geur van mest en geur van een fabriek). Vaak zal op één bepaalde plaats slechts één geurcategorie waargenomen worden. Het nemen van een 'gemiddelde' heeft geen reële inhoud.

Als verfijning voor wegverkeer kan nog gedacht worden aan het middelen van bijvoorbeeld de drie hoogste waarnemingen. Inspectie bij een substeekproef van 50 respondenten laat zien, dat dit een geringe verschuiving teweeg brengt. Zie de onderstaande tabellen. In combinatie met de overweging dat je in dit geval verschillen tussen klassen gaat veroorzaken door het toepassen van verschillende rekenmethodieken, lijkt het, alles overziend, het beste om aan de waarneming van de klasse de waarde van de meest waargenomen categorie toe te kennen.

Waarde Betekenis Frequentieverdeling van 50 waarnemingen
alleen hoogste waarde is maatgevend gemiddelde waarde is maatgevend
1

1,33

1,67

= dagelijks 44 35

5

2

2

2,33

2,67

= meer dan 1x per week 1 1

1

1

3 = meer dan 1x per maand 1 1
4

4,67

= 1 of meer maal afgelopen jaar 1 1

1

5 = nooit 3 3

Anders uitgedrukt (in % van de waarnemingen):

Waarde Betekenis Frequentieverdeling van 50 waarnemingen
alleen hoogste waarde is maatgevend gemiddelde waarde is maatgevend
<2

<3

<4

<5

5

Dagelijks

Dagelijks tot meer dan 1x/week

Dagelijks tot meer dan 1x/maand

Dagelijks tot 1x of meer /jaar

Dagelijks tot nooit

88

90

92

94

100

84

90

90

94

100